Positieve en negatieve integratie
Integratietheorieën variëren tussen “positieve” en “negatieve” integratie.
Positieve integratie is waarvoor algemene regels wordt gezorgd door een hogere autoriteit om te egaliseren de regionale en andere ongelijkheden.
Negatieve integratie refereert aan barrières tussen landen die weggehaald worden.
De meeste van de theoretici zien de EU als een voorbeeld van negatieve integratie omdat de EU-bronnen bescheiden zijn vergeleken met degene onder de controle van de lidstaten. En, jaarlijkse EU-uitgaven bedraagt 1”van het bruto jaarlijkse nationaal product, terwijl de uitgaven van de lidstaten ligt tussen de 35 en 50% van de nationale producten van elk jaar.
De EU kan meer supranationale krachten en bevoegdheden verkregen en in staat zijn om meer wetten en regels te geven aan de lidstaten – verhogen van positieve integratie – maar het heeft niet de macht om haar eigen belastingen te verhogen zodat het in niets lijkt op de bronnen van een normale staat.

